ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8684
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G. Oosterhof
- H.M.A. de Groot
- B. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens onrechtmatig verkregen DNA-bewijs bij diefstal en poging tot diefstal
In deze strafzaak stond de rechtmatigheid van DNA-bewijs centraal. De verdachte werd beschuldigd van meerdere diefstallen en een poging tot diefstal. De verdediging voerde aan dat het DNA-bewijs onrechtmatig was verkregen en daarom niet als bewijs mocht dienen.
Het hof stelde vast dat het DNA-profiel van de verdachte op sigarettenpeuken en een bloedspoor op de plaats delict was aangetroffen en dat dit profiel reeds was opgenomen in de DNA-databank. Hoewel een eerdere zaak met betrekking tot het DNA-profiel was geseponeerd, oordeelde het hof dat dit niet betekende dat het DNA-bewijs onrechtmatig was verkregen. Er waren geen aanwijzingen dat de afname van het DNA-materiaal onrechtmatig was geweest.
Het hof verklaarde de verdachte schuldig aan drie diefstallen en een poging tot diefstal, waarbij hij zich toegang had verschaft door braak en inklimming. De verdachte werd vrijgesproken van een vierde tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs. Gelet op de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte werd een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens meerdere diefstallen en poging tot diefstal; beroep op onrechtmatig verkregen DNA-bewijs verworpen.