ECLI:NL:GHSGR:2006:AY0109
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- A.J.M. Kaptein
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet tonen identiteitsbewijs bij demonstratie bij Amerikaanse ambassade
De verdachte werd beschuldigd van het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, zoals voorgeschreven in artikel 2 van Pro de Wet op de Identificatieplicht, tijdens een demonstratie bij de achterzijde van de Amerikaanse ambassade te Den Haag.
De verdediging voerde aan dat het vragen om het identiteitsbewijs niet redelijkerwijs noodzakelijk was voor de uitoefening van een politietaak en dat de identiteit van de verdachte al bekend was bij de politie. Het hof oordeelde echter dat de politieambtenaar een eigen beoordelingsruimte heeft en dat de specifieke beveiligingsmaatregelen bij de ambassade de vordering tot het tonen van het identiteitsbewijs rechtvaardigden. De grondrechten van de verdachte op vrije meningsuiting werden erkend, maar de inmenging was gerechtvaardigd en wettelijk voorzien.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter en verklaarde de verdachte strafbaar. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 50 euro, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij bij niet-betaling de boete vervangen kan worden door één dag hechtenis.
Het hof verwierp het bewijsverweer en oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden doordat het openbaar ministerie in een soortgelijke zaak tegen een mede-demonstrant geen hoger beroep had ingesteld.
De straf werd gemotiveerd op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 50 euro wegens het niet tonen van een identiteitsbewijs bij demonstratie.