ECLI:NL:GHSGR:2006:AY3596
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Van den Wildenberg
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkracht vader met Thaise echtgenote
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie centraal voor de minderjarige kinderen van de vader en moeder. De vader was gehuwd met een vrouw uit Thailand die sinds eind 2004 in Nederland woont. Het hof beoordeelde de draagkracht van de vader over drie perioden: 1 mei 2004 tot 1 januari 2005, 1 januari 2005 tot 1 april 2006 en vanaf 1 april 2006.
De vader stelde dat zijn Thaise echtgenote niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, maar het hof oordeelde dat zij vanaf 1 april 2006 redelijkerwijs in staat moet worden geacht om grotendeels zelf te voorzien, mede omdat zij sinds oktober 2005 een verblijfsvergunning heeft en een inburgeringscursus volgt. De vader heeft geen bewijs geleverd dat zij het volgen van onderwijs niet kan combineren met betaald werk.
Het hof hield rekening met diverse kostenposten zoals ziektekosten, aflossing van een consumptief krediet en verzekeringen, maar wees enkele posten af zoals dubbele uitvaartverzekeringen en herinrichtingskosten. Ook werd geen rekening gehouden met een bijdrage die de vader overmaakte voor het kind van zijn echtgenote in Thailand, omdat hij daarvoor geen onderhoudsverplichting heeft.
Op basis van de draagkracht werd de kinderalimentatie vastgesteld op €130 per maand per kind voor de periode 1 mei 2004 tot 1 januari 2005, nihil voor de periode 1 januari 2005 tot 1 april 2006, en €140 per maand per kind vanaf 1 april 2006. Het hof bepaalde dat de moeder teveel ontvangen alimentatie niet hoeft terug te betalen.
Uitkomst: De kinderalimentatie is vastgesteld op drie perioden met bedragen van €130, nihil en €140 per maand per kind, rekening houdend met de draagkracht van de vader en de situatie van zijn Thaise echtgenote.