ECLI:NL:GHSGR:2006:AY3624
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Betekenis van verrekenbeding en peildatum bij verdeling voormalige echtelijke woning
In deze zaak staat de verdeling van het vermogen tussen voormalige echtgenoten centraal, met name de toedeling en waardering van de voormalige echtelijke woning te Muiderberg. De man en vrouw waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, maar de man had in een schriftelijke verklaring vastgelegd dat bij echtscheiding het vermogen verdeeld zou worden alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd.
De man stelde dat de vrouw geen rechtstreekse aanspraak had op levering van de woning omdat geen overeenstemming was bereikt over de voorwaarden van overdracht, waaronder de prijs. Het hof bevestigde dat het verrekenbeding slechts een verplichting tot geldelijke verrekening inhoudt en geen goederenrechtelijke overdracht zonder nadere afspraken.
Verder was er discussie over de peildatum voor de waardering van de woning. De rechtbank had 1 januari 1992 als peildatum gehanteerd, maar de vrouw wilde de datum van ontbinding van het huwelijk (16 december 1994). Het hof oordeelde dat de peildatum de datum van overdracht moet zijn, tenzij partijen anders overeenkomen of de redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.
Het hof stelde de vrouw in de gelegenheid aan te geven of zij de woning tegen de waarde op het moment van overdracht wenst te verwerven. Indien zij dat wenst, wordt verdere beslissing aangehouden om de waarde vast te stellen, eventueel door taxatie. Ook bevestigde het hof dat waardeveranderingen na 1 januari 1992 voor rekening van de eigenaar blijven, en verwierp het verzoek van de vrouw om een nieuwe algehele afrekening met peildatum 16 december 1994.
Ten slotte werd de waarde van de aandelen in de praktijkvennootschap van de man vastgesteld op ƒ 250.000, conform eerdere overeenstemming en stukken. De vrouw kreeg geen gelijk in haar verzoek tot herwaardering van andere vermogensbestanddelen.
Uitkomst: De vrouw krijgt de gelegenheid de woning tegen de waarde op het moment van overdracht te verwerven; verdere beslissing wordt aangehouden.