ECLI:NL:GHSGR:2006:AY3804
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Gezagskwestie over minderjarige tussen biologische vader en moeder met partner
De zaak betreft een hoger beroep van de biologische vader tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht inzake het gezag over zijn minderjarige kind, geboren in 1992. De moeder en haar partner zijn houders van het gezag, en de vader verzocht om vernietiging van deze beschikking en niet-ontvankelijkheid van het verzoek van de moeder en haar partner.
Het hof overweegt dat aan de wettelijke vereisten van artikel 1:253t lid 2 BW is voldaan, waaronder de gezamenlijke zorg en de duur van het alleenstaande gezag door de ouder. Het hof beoordeelt de belangen van het kind en de ouders, waarbij het kind in een kinderverhoor verklaart een goede band te hebben met zowel de biologische vader als de partner van de moeder, die als tweede vader wordt gezien.
Het hof concludeert dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd bij toewijzing van het verzoek van de moeder en haar partner. De omgang en informatievoorziening tussen vader en kind zijn gewaarborgd. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de biologische vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het gezag bij de moeder en haar partner blijft en wijst het hoger beroep van de biologische vader af.