ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4839
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing minderjarige wegens stabiele thuissituatie moeder
In deze zaak staat de vraag centraal of de uithuisplaatsing van een minderjarige moet worden verlengd of kan worden beëindigd. De moeder stelt dat zij zich inmiddels in staat voelt haar dochter zelf op te voeden, mede dankzij ouderbegeleiding en een verbeterde relatie met haar eigen moeder. Ze benadrukt dat zij financieel zelfstandig is en bereid is medewerking te verlenen aan begeleiding.
Jeugdzorg erkent dat de moeder een stabiele situatie heeft bereikt, maar uit zorgen over de pedagogische draagkracht en het risico op terugval adviseert zij voortzetting van de uithuisplaatsing in een pleeggezin. Het hof weegt deze belangen af en concludeert dat de noodzaak tot verlenging onvoldoende is aangetoond, mede omdat eerdere pleegplaatsing was mislukt en een langer verblijf in de instelling ongewenst is.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking die de uithuisplaatsing verlengde en bepaalt dat de machtiging tot uithuisplaatsing eindigt op 1 juni 2006, waarna de minderjarige gefaseerd en onder begeleiding van Jeugdzorg bij de moeder wordt geplaatst. Het hof wijst verdere verzoeken af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De uithuisplaatsing wordt beëindigd en de minderjarige wordt per 1 juni 2006 teruggeplaatst bij de moeder.