ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4861
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. in 't Velt
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Ontslag zonder vergoeding niet kennelijk onredelijk na reorganisatie en inspanningen werkgever
Werknemer trad in 1997 in dienst bij Van der Willigenhof als assistent techniek en onderhoud. Vanwege een reorganisatie waarbij de technische dienst werd opgeheven, verviel zijn arbeidsplaats geleidelijk. Hij werd deels gedetacheerd bij een woningbouwvereniging en later bij Zorgcentrum Lorentzhof.
Na een geweigerde ontslagvergunning in juli 2003, verleende het CWI in oktober 2003 alsnog een vergunning vanwege het vervallen van de arbeidsplaats. Van der Willigenhof stelde werknemer per 1 maart 2004 op non-actief met behoud van loon, omdat geen passend werk beschikbaar was. Werknemer vorderde herstel van dienstbetrekking en/of schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De rechtbank wees deze vorderingen af, wat werknemer in hoger beroep aanvocht. Het hof oordeelde dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht om passend werk te vinden en dat werknemer dit zelf belemmerde. Hoewel het ontslag ernstige gevolgen had voor werknemer, maakte dit het ontslag niet kennelijk onredelijk. Ook het feit dat andere werknemers wel een vergoeding ontvingen was niet doorslaggevend, omdat die onder een ander sociaal plan vielen.
Het hof bevestigde het vonnis en veroordeelde werknemer in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het ontslag zonder vergoeding niet kennelijk onredelijk is en wijst de vorderingen van werknemer af.