ECLI:NL:GHSGR:2006:AY5151
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Labohm
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen echtscheiding wegens ontbreken bijzonder belang
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin de echtscheiding was uitgesproken. Het hoger beroep richtte zich met name op het continueren van het gebruik van de voormalige echtelijke woning. De man diende een verweerschrift in met een incidenteel appèl. Tijdens de mondelinge behandeling was de vrouw niet aanwezig, hoewel zij was opgeroepen.
Het hof overwoog dat na het uitspreken van de echtscheiding het hoger beroep slechts ontvankelijk is indien bijzondere omstandigheden worden aangevoerd door de echtgenoot die het instelt, om de band tussen het echtscheidingsverzoek en de nevenvoorzieningen te herstellen. De woning viel onder een eenvoudige gemeenschap, die in beginsel te allen tijde ontbonden kan worden, tenzij de aard van de gemeenschap zich daartegen verzet.
De inschrijving van de echtscheiding in de registers ontbindt deze gemeenschap niet automatisch. Voor geschillen over het gebruik van de woning tijdens de onverdeeldheid kan een beheersregeling worden gevraagd op grond van artikel 3:168 BW Pro. Het argument van de vrouw dat zij door de inschrijving na een half jaar het gebruiksrecht verliest, werd door het hof verworpen.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep van de vrouw niet gericht kon zijn op het koppelen van de inschrijving van de echtscheiding aan de nevenvoorziening van het gebruik van de woning, omdat daarvoor geen redelijk belang bestond. Daarom werd de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding. De verdere behandeling van de zaak werd aangehouden voor een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Het hof verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de echtscheiding.