ECLI:NL:GHSGR:2006:AY5710

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
19 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
783-H-05
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Leuven
  • Van Nievelt
  • Husson
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Formulering van onderzoeksvragen over omgang en ruziegedrag ouders in familierechtelijke zaak

In deze zaak staat het geschil over de omgang van de vader met zijn minderjarige kinderen centraal. Het hof formuleert met medewerking van de ouders en in aanwezigheid van een deskundige een reeks onderzoeksvragen die betrekking hebben op het ruziegedrag tussen de ouders, hun communicatie, en de omgang met de kinderen.

De vragen richten zich onder meer op het type ruziegedrag, de gevolgen daarvan, het vermogen van de ouders om hun aandeel te onderkennen, en de mogelijkheid tot positieve verandering van hun conflictstijl. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de relatie van de kinderen met beide ouders, de ruimte die ouders bieden voor contact met de andere ouder, en de effecten van mediationgesprekken.

Het hof heeft de behandeling aangehouden en bepaald dat de deskundige vóór 1 december 2006 een voortgangsrapportage zal uitbrengen. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 10 maart 2007. De jongmeerderjarige kinderen zijn als belanghebbenden betrokken en hebben hun mening kunnen geven in aanwezigheid van de deskundige.

Uitkomst: Het hof formuleert onderzoeksvragen voor de deskundige en houdt de zaak pro forma aan tot 10 maart 2007.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 19 juli 2006
Rekestnummer : 783-H-05
Rekestnr. rechtbank : 04-6460
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
procureur mevrouw mr. M. Jonkman,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. L.P. Lagerweij.
HET VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn beschikkingen van 29 maart 2006, 19 april 2006 en 21 juni 2006, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
Op 27 juni 2006 is de zaak ten aanzien van de omgang mondeling behandeld ten overstaan van mr. Van Leuven als raadsheer-commissaris. Verschenen zijn: de vader bijgestaan door zijn advocaat, mr. J. de Vries, de moeder bijgestaan door haar procureur, en de deskundige, mevrouw drs. J.A.M. Hendriks. De verschenen personen hebben het woord gevoerd. De jongmeerderjarige [naam], is als belanghebbende in staat gesteld zijn mening ter terechtzitting in aanwezigheid van de deskundige en buiten aanwezigheid van partijen, kenbaar te maken.
VERDERE BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
1. In deze beschikking worden de vragen vastgesteld die het hof met medewerking van de ou-ders ter terechtzitting in aanwezigheid van de deskundige heeft geformuleerd aangaande het geschil betreffende de omgang van de vader met [kind 1], geboren op [geboortedatum], hierna: [kind 1], en [kind 2], geboren op [geboortedatum], hierna: [kind 2].
2. Op zijn eigen verzoek en dat van zijn ouders zal [naam] als belanghebbende bij het onderzoek betrokken worden.
Vragen
3. Bij het door de deskundige uit te voeren onderzoek zullen de volgende vragen als leidraad dienen.
Gedrag van en communicatie tussen de ouders
a. Welk(e) type(n) ruziegedrag hebben de ouders ontwikkeld en wat zijn daarvan de gevol-gen?
b. Zijn de ouders in staat het eigen aandeel in het ontstaan en voortgaan van hun ruziegedrag te onderkennen?
c. Zijn de ouders gevoelig voor interventies met het doel hun conflictstijl in positieve zin te veranderen (in de zin van het zoeken naar zachte krachten)?
d. Is verandering van de conflictstijl tijdens de mediationgesprekken waarneembaar?
e. Is op kortere of langere termijn een overlegsituatie tussen de ouders denkbaar?
f. Welke invloed van de eigen historische gezinsachtergrond is bij de vader respectievelijk de moeder in het heden waarneembaar in de relatie tot elkaar en in het eigen ouderschap?
Omgang
a. Hoe is de relatie van de kinderen met de vader respectievelijk de moeder en met elkaar, met speciale aandacht voor hechting en loyaliteit?
b. In hoeverre is de vader respectievelijk de moeder in staat de kinderen ruimte te bieden voor de beleving van en contact met de andere ouder?
c. Heeft in de bemiddeling al dan niet een “paraplugesprek” tussen de ouders en [kind 1] en [kind 2] plaatsgevonden? Zo ja, wat was het effect?
d. Zijn er vanuit de ouders mogelijkheden ontstaan om tot omgang van de vader met de minderjarigen te komen en zo ja, in welke vorm? Indien er contra-indicaties inzake de om-gang zijn, waarin zijn deze dan gelegen?
e. In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voeren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwik-keling en opvoeding van de kinderen in relatie met de ouders?
Plan van aanpak
4. Ter terechtzitting is afgesproken dat het eerste gesprek tussen de ouders en de deskundige zal plaatsvinden op 6 september 2006 om 14.00 uur. De deskundige zal de ouders hiertoe een uitno-diging zenden. Tevens is afgesproken dat de deskundige het hof vóór 1 december 2006 een voortgangsbericht zal doen toekomen.
5. Het vorengaande leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING
Het hof:
bepaalt dat de deskundige vóór 1 december 2006 het hof schriftelijk zal rapporteren omtrent de voortgang van het onderzoek;
houdt de behandeling pro forma aan tot zaterdag 10 maart 2007;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Van Nievelt en Husson, bijgestaan door mr. De Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2006.