ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6174
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Stille
- Husson
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep tijdens mondelinge behandeling en proceskostenveroordeling
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de eerste mondelinge behandeling op 17 februari 2006 verschenen de moeder en haar advocaat, maar de vader en zijn raadsvrouwe waren wegens ziekte verhinderd. De zaak werd aangehouden.
Bij de voortzetting van de mondelinge behandeling op 10 mei 2006 verscheen de moeder met haar advocaat, maar de vader was niet aanwezig. Tijdens deze zitting ontving het hof een faxbericht van de raadsvrouwe van de vader waarin werd meegedeeld dat de vader het hoger beroep per direct introk en daarom niet zou verschijnen.
Het hof oordeelde dat door deze intrekking het hoger beroep niet meer ontvankelijk was, waardoor de grieven van de vader niet meer konden worden onderzocht. Tevens vond het hof dat de vader door deze handelwijze de moeder onnodig op kosten had gejaagd en veroordeelde hem ambtshalve tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep aan de moeder, begroot op € 2.926,-.
De beschikking werd op 14 juni 2006 uitgesproken door het hof te ’s-Gravenhage, waarbij de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld tot betaling van € 2.926,- proceskosten aan de moeder.