ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6275
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- M.J. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering werknemer tijdens detentie en ontbinding arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in mei 2001 in dienst bij Geldnet als waardetransporteur. Na een incident in oktober 2004 stelde Geldnet de werknemer op non-actief en vroeg ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan. De werknemer werd in november 2004 aangehouden op verdenking van verduistering en afpersing, en zat tot februari 2005 in voorlopige hechtenis. Geldnet stopte de loonbetaling vanaf het moment van detentie.
De werknemer vorderde in kort geding doorbetaling van loon over de periode van detentie tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank wees deze vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep. Het hof overwoog dat detentie in principe voor rekening en risico van de werknemer komt, tenzij aannemelijk wordt dat de detentie uitsluitend het gevolg is van een loze aangifte door de werkgever. Dit was hier niet het geval.
Verder oordeelde het hof dat de vertraging in de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de detentie ook voor risico van de werknemer komt. Daarom wordt de loonvordering over de periode na detentie tot het einde van het dienstverband afgewezen. De vordering tot het opmaken en uitbetalen van de eindafrekening blijft gehandhaafd. Het verstekarrest van 9 september 2005 wordt bekrachtigd en de werknemer wordt veroordeeld in de kosten van het verzet.
Uitkomst: Loonvordering over detentieperiode en daarna wordt afgewezen; eindafrekening moet worden uitbetaald.