ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6467
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Gerretsen-Visser
- Reinking
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig gezag aan vader over in Nederland verblijvend kind
In deze zaak stond het geschil over het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen centraal, waarvan één in Nederland verblijft en één in Ethiopië. De vader verzocht om eenhoofdig gezag over beide kinderen, omdat de moeder psychiatrische problemen heeft en het contact met haar ontbreekt.
Het hof oordeelde dat het geen bevoegdheid had om over het gezag van het in Ethiopië verblijvende kind te beslissen, omdat dit kind niet in een lidstaat van de EU verblijft en Ethiopië geen partij is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag. De vader kon onvoldoende onderbouwen dat hij het belang van dit kind in Nederland zou kunnen behartigen.
Ten aanzien van het in Nederland verblijvende kind stelde het hof vast dat gezamenlijk gezag niet mogelijk was vanwege het ontbreken van communicatie en de onbekende verblijfplaats van de moeder. Daarom werd het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag toe te kennen toegewezen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het verzoek tot eenhoofdig gezag over het in Nederland verblijvende kind was afgewezen. Het hof verklaarde zich onbevoegd voor het gezag over het in Ethiopië verblijvende kind en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof kent eenhoofdig gezag toe aan de vader over het in Nederland verblijvende kind en verklaart zich onbevoegd inzake het gezag over het in Ethiopië verblijvende kind.