ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6595
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Husson
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkracht vader met nieuwe gezinssituatie
In deze zaak staat de kinderalimentatie voor een minderjarig kind centraal, waarbij de behoefte van de moeder en de draagkracht van de vader worden beoordeeld. De vader verzoekt de alimentatie op nihil te stellen, terwijl de moeder de eerdere beschikking wil laten bekrachtigen of een redelijke bijdrage wil laten opleggen.
Het hof stelt vast dat de moeder tijdens het huwelijk niet werkte en dat de vader destijds een minimaal inkomen had. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €115 per maand. De vader heeft een nieuwe partner met twee jonge kinderen, maar het hof gaat ervan uit dat zij enige verdiencapaciteit heeft, waardoor de gezinsnorm niet volledig van toepassing is.
De draagkracht van de vader wordt bepaald aan de hand van zijn WW-uitkering en het feit dat hij een opleiding volgt om weer aan het werk te komen. De woonlasten worden deels toegerekend aan de vader, deels aan zijn partner. Schulden die na het huwelijk zijn ontstaan worden niet meegenomen wegens gebrek aan noodzaak.
Uiteindelijk oordeelt het hof dat de draagkracht van de vader ontoereikend is om kinderalimentatie te betalen, waardoor de eerdere beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: De draagkracht van de vader is ontoereikend voor kinderalimentatie, waardoor het verzoek van de moeder wordt afgewezen.