ECLI:NL:GHSGR:2006:AY7454
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Stille
- Dusamos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning minderjarige afgewezen wegens overschrijding wettelijke termijn
In deze zaak verzocht [verzoekster] om vernietiging van de erkenning door de man, omdat uit DNA-onderzoek bleek dat [J.] haar biologische vader is. Zij stelde dat de biologische waarheid prevaleert boven het wettelijk vaderschap en verwees naar internationale verdragsbepalingen die het recht van het kind om zijn ouders te kennen beschermen.
Het hof oordeelde dat artikel 1:205 lid 4 BW Pro bepaalt dat het verzoek tot vernietiging uiterlijk binnen drie jaar na het bereiken van meerderjarigheid moet worden ingediend. Aangezien [verzoekster] al vóór haar meerderjarigheid vermoedde dat de man niet haar biologische vader was, was het verzoek te laat ingediend.
Het hof overwoog dat de wetgever bewust een duidelijke termijn heeft gesteld om rechtszekerheid te waarborgen en dat de rechter niet bevoegd is om hiervan af te wijken. Verdragsrechtelijke bepalingen bieden geen grond om de termijn te negeren.
De advocaat-generaal merkte op dat mogelijk sprake is van een inmenging in de zin van artikel 8 EVRM Pro, maar het hof hield vast aan de wettelijke termijn. De bestreden beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd, waarmee het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning af wegens overschrijding van de wettelijke termijn.