ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9624
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- M. Hooykaas
- J.E.A.A. ten Berg-Koolen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor kakkerlakkenbesmetting bij overslag aluminium tussen zeeschip en binnenvaartschip
In deze zaak staat centraal of Bangladesh Shipping Company (BSC), eigenaar van het zeeschip Banglar Doot, aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door kakkerlakkenbesmetting van een partij aluminium die werd overgeslagen in het binnenvaartschip m.s. “A”. De besmetting leidde tot extra kosten voor het binnenvaartschip, waaronder gassen om de insecten te bestrijden.
De Banglar Doot vervoerde aluminium geladen in Ghana, waarbij de ruimen vooraf waren geïnspecteerd en een schoonheidscertificaat was afgegeven. Tijdens de reis werden verstekelingen ontdekt die de ruimen vervuilden. Bij lossing in Rotterdam werden kakkerlakken door stuwadoors waargenomen. De overslag naar de m.s. “A” vond plaats na lossing, waarbij de lading mogelijk via de kade werd overgebracht.
IMT c.s. vorderden schadevergoeding op grond van schuld van het schip volgens art. 8:541 BW Pro en onrechtmatige daad. Het hof erkent dat stuwadoors een fout maakten door nalatigheid in het voorkomen van verspreiding van kakkerlakken, wat voldoet aan het b-criterium van schuld van het schip. Echter is onduidelijk of BSC zelf aansprakelijk is, mede door discrepanties in het lossingsproces en de vraag wie verantwoordelijk was voor de vervuiling en inspectie.
Het hof gelast een comparitie om nadere feiten te onderzoeken, waaronder de rol van stuwadoors, de toedracht van de besmetting, en de toepasselijkheid van aansprakelijkheidsbeperkingen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beoordeling na deze comparitie.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kakkerlakkenbesmetting wordt afgewezen en de zaak wordt aangehouden voor nadere comparitie.