ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9924
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.J. van Boven
- G.P.A. Aler
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over geheimhouding en bewijs in strafzaak AIVD-medewerker
In deze strafzaak wordt verdachte, een AIVD-medewerker, verweten staatsgeheime informatie aan derden te hebben verstrekt. Het hof erkent de spanning tussen de belangen van staatsveiligheid en de verdedigingsrechten, waarbij de AIVD een dominante rol speelt in het bepalen welke informatie in het strafdossier wordt toegelaten.
De verdediging heeft meerdere verzoeken ingediend, waaronder inzage in gecensureerde documenten, het toevoegen van het interne AIVD-onderzoek aan het dossier, en het horen van getuigen. Het hof oordeelt dat de geheimhoudingsplicht op grond van de Wiv 2002 slechts onder strikte voorwaarden kan worden doorbroken en dat vrijwaring van strafvervolging bij onthulling van staatsgeheimen mogelijk is indien gerechtvaardigd door het belang van een behoorlijke verdediging.
Het hof wijst verzoeken af die niet voldoen aan de motiveringsvereisten of die de staatsveiligheid onredelijk zouden schaden, maar verlangt van de AIVD nadere toelichting op gecensureerde passages en rubricering van documenten. Ook beveelt het hof nader onderzoek door de rijksrecherche naar bepaalde onderzoekshandelingen. De verzoeken tot het horen van extra getuigen worden grotendeels afgewezen wegens onvoldoende motivatie en het feit dat de geheimhoudingsplicht een beperking vormt die niet onoverkomelijk is gebleken.
Het hof verzoekt de advocaat-generaal om aanvullende stukken en proces-verbalen in het geding te brengen en stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal. Dit tussenarrest vormt een belangrijke afweging tussen fundamentele rechten en staatsveiligheid in strafprocedures met staatsgeheime informatie.
Uitkomst: Verzoeken van de verdediging worden grotendeels afgewezen, met opdrachten aan de advocaat-generaal voor aanvullende stukken en proces-verbalen.