ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ0289
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering studiekosten na beëindiging dienstverband
De werkneemster was van 1 oktober 2000 tot 31 december 2002 in dienst bij LTB en maakte gebruik van een studiefaciliteitenregeling waarbij zij studiekosten kon declareren. Na beëindiging van het dienstverband verrekende LTB een deel van de studiekosten met de eindafrekening en sommeerde zij de resterende schuld terug te betalen.
De werkneemster stelde zich op het standpunt dat de terugvordering onterecht was en beriep zich op een arrest van de Hoge Raad uit 1983, waarin terugbetaling werd beperkt bij opleidingen tijdens werktijd. Het hof oordeelde dat die situatie niet vergelijkbaar is omdat hier geen sprake was van een verplichte opleiding tijdens werktijd en dat de regeling een alles-of-niets-terugvordering binnen een termijn van vier jaar kent.
Het hof vond de terugvordering van € 5.115,85 redelijk en niet in strijd met goed werkgeverschap of redelijkheid en billijkheid. De werkneemster had onvoldoende feiten gesteld om het ontslag aan LTB te wijten. De vordering van de werkneemster werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2004 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de werkneemster af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.