ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ0864
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Bogerd
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op gecombineerde heffingskorting voor niet in Nederland werkzame echtgenoot
Belanghebbende, gehuwd met een in België werkzame echtgenoot, vorderde recht op de gecombineerde heffingskorting over het jaar 2002. De Inspecteur wees dit af omdat de echtgenoot in Nederland geen gecombineerde inkomensheffing verschuldigd was en geen recht had op de heffingskorting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof overwoog dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het toepassen van fiscale regelingen en dat de regeling van de gecombineerde heffingskorting niet bedoeld is als basisinkomen voor niet-verdienende partners. De voorkoming van dubbele belasting gaat voor op de heffingskorting, waardoor bij een volledig buitenlands inkomen geen heffingskorting wordt toegekend.
Verder oordeelde het Hof dat geen schending is van het IVBPR, EVRM of EG-recht, aangezien de regeling geen onredelijke discriminatie inhoudt en geen belemmering vormt voor het recht op vrij verkeer van werknemers. Ook het verschil in sociale verzekeringsstelsels tussen Nederland en België rechtvaardigt het ontbreken van heffingskorting in de premiesfeer.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op de gecombineerde heffingskorting omdat haar echtgenoot niet in Nederland werkt en geen gecombineerde inkomensheffing verschuldigd is.