ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2072
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf en GBA-inschrijving bij co-ouderschap van minderjarige
In deze zaak staat het hoofdverblijf en de inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) van een minderjarig kind centraal binnen een co-ouderschapsregeling. De moeder verzoekt het hoofdverblijf en de GBA-inschrijving bij haar te plaatsen, mede vanwege financiële redenen en praktische opvang op maandagmiddagen. De vader verzet zich tegen de GBA-inschrijving bij de moeder en stelt dat het kind ingeschreven moet blijven bij hem.
Het hof oordeelt dat hoofdverblijf en inschrijving in de GBA verschillende zaken zijn. Gezien het overeengekomen co-ouderschap met gelijkwaardig verblijf bij beide ouders, ziet het hof geen reden om het hoofdverblijf exclusief bij één ouder te plaatsen. De inschrijving in de GBA blijft daarom bij de vader. Wel wordt bepaald dat het kind op maandagmiddag tijdens de lange verblijfperiode bij de moeder verblijft, ook als oppas nodig is.
Daarnaast wordt vastgesteld dat zodra de moeder op maandag vrij is, de zorgregeling geldt zoals in het kinderconvenant omschreven, waarbij het kind iedere maandagmiddag na school bij haar is. De schoolvakanties worden gelijk verdeeld. Het hof legt ook vast dat de ouder die het kind uit school haalt, die dag verantwoordelijk is voor het kind vanaf 9.00 uur. De bestreden beschikking wordt voor zover het hoofdverblijf betreft vernietigd en opnieuw bepaald.
Uitkomst: Het hoofdverblijf op maandagmiddag is bij de moeder, de GBA-inschrijving blijft bij de vader, en de schoolvakanties worden gelijk verdeeld.