ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2124
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- van Nievelt
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en onrechtmatig handelen executeur-testamentair
In deze zaak staat de verdeling van de nalatenschap van wijlen mevrouw [x], overleden op 2 oktober 2000, centraal. Appellant betwist het handelen van geïntimeerde als executeur-testamentair, met name de verkoop van aandelen zonder overleg, wat volgens appellant tot schade heeft geleid. Het hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en oordeelt dat de feitelijke verdeling door geïntimeerde en aanvaarding door appellant niet heeft geleid tot een volledige verdeling, omdat de vergoeding wegens overbedeling nog niet is vastgesteld.
Het hof stelt dat de waardering van de aandelen in beginsel plaatsvindt op het moment van de verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen. Gezien het handelen van geïntimeerde zonder overleg en het nalaten van maatregelen om koersverlies te voorkomen, is het hof van oordeel dat het risico van koersdaling voor rekening van geïntimeerde komt. De peildatum voor waardering wordt vastgesteld op de datum van het openvallen van de nalatenschap.
Het hof beveelt de verdeling, althans de voltooiing daarvan, van de nalatenschap met benoeming van een notaris en bepaalt dat geïntimeerde aan appellant wettelijke rente moet betalen vanaf 10 april 2002 over het bedrag van overbedeling. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof beveelt de verdeling van de nalatenschap met peildatum openvaldatum en veroordeelt de executeur-testamentair tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.