ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2437
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- Van den Wildenberg
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en vaststelling omgangsregeling minderjarige
Partijen, de moeder en vader, hebben samen vier kinderen, waaronder het vierde kind waarvoor vervangende toestemming tot erkenning wordt gevraagd. De moeder is tegen erkenning vanwege vermoedens van seksueel misbruik door de vader, welke niet met bewijs of aangifte zijn onderbouwd. De bijzondere curator, raad voor de kinderbescherming en het openbaar ministerie ondersteunen erkenning in het belang van het kind.
Het hof weegt het belang van de vader als juridische ouder af tegen het belang van de moeder en het kind. Gezien het ontbreken van bewijs voor misbruik en het belang van het kind bij juridische erkenning, bekrachtigt het hof de vervangende toestemming tot erkenning.
Ten aanzien van de omgangsregeling is er onenigheid over de frequentie en voorwaarden. De moeder vreest negatieve gevolgen voor het kind door de omgang, terwijl de vader een ruime omgang wenst. Het hof acht een wekelijkse omgang te onrustig voor het jonge kind en stelt een tweewekelijkse omgang op woensdag vast, onder voorwaarden van de gezinsvoogd.
De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover deze de omgangsregeling betreft en herzien conform het bovenstaande. Voor het overige wordt de beschikking bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Vervangende toestemming erkenning bekrachtigd en omgangsregeling vastgesteld met omgang om de twee weken op woensdag.