ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2496
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
- R.C.A. Duindam
- C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken essentiële bewijsketen bij invoer cocaïne
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het invoeren van 718 kilogram cocaïne binnen Nederland. Het hof constateerde dat het dossier ernstige gebreken vertoonde, waaronder het ontbreken van het proces-verbaal van weging en monsterneming van de inbeslaggenomen cocaïne, ondanks herhaalde verzoeken van de advocaat-generaal. Ook ontbraken belangrijke stukken zoals het proces-verbaal van inbeslagname van de 633 pakketten en waren er inconsistenties in de gewichten en aantallen van de pakketten.
Daarnaast bleek uit het dossier dat er onduidelijkheden waren over de relatie met andere onderzoeken en dat het dossier onoverzichtelijk was doordat twee onderzoeken door elkaar liepen. Ook was het observatieproces-verbaal onjuist doordat namen niet overeenkwamen met videobeelden. Het hof benadrukte dat in een dergelijke zaak uiterste zorgvuldigheid vereist is in de verslaglegging om de rechter in staat te stellen de rechtmatigheid van het onderzoek te toetsen.
Gezien deze tekortkomingen en het ontbreken van voldoende ander bewijs, oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het ten laste gelegde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en verdachte werd vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs door onvolledige en onzorgvuldige bewijsvoering.