ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3656
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Husson
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht moeder met kind op grond van artikel 1:377a BW
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met haar kind heeft afgewezen. Het kind verblijft bij de grootouders aan vaderszijde en de vader heeft het ouderlijk gezag.
De moeder betoogt dat het belang van het kind niet tot ontzegging van omgang kan leiden volgens artikel 1:377a BW, en dat het kind juist baat heeft bij contact met haar. Jeugdzorg stelt dat omgang ontzegd kan worden als dit ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, en benadrukt dat de moeder niet betrouwbaar is gebleken in het nakomen van contactafspraken.
De vader en pleegouders verklaren dat de moeder al geruime tijd geen contact heeft gezocht. Het hof oordeelt dat de moeder kennelijk ongeschikt is voor omgang en vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze het verzoek tot omgang afwees, en ontzegt haar het omgangsrecht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder wordt het recht op omgang met het kind ontzegd wegens kennelijke ongeschiktheid conform artikel 1:377a BW.