ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3664
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja van den Broek
- van Nievelt
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over pensioenverevening bij echtscheiding ondanks huwelijkse voorwaarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken tussen partijen konden worden verevend, ondanks een bepaling in hun huwelijkse voorwaarden die verrekening uitsloot. De rechtbank had eerder geoordeeld dat partijen geen aanspraak hadden op pensioenverevening, maar het hof kwam tot een ander oordeel.
Partijen hadden in hun huwelijkse voorwaarden afgesproken dat er geen verrekening van pensioenrechten zou plaatsvinden. Echter, de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) bepaalt dat pensioenverevening plaatsvindt tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen. Het hof stelde vast dat partijen via hun advocaten een briefwisseling hadden gevoerd waarin zij probeerden overeenstemming te bereiken over onder meer pensioenverevening.
De briefwisseling toonde aan dat de vrouw niet zonder voorwaarden afstand deed van haar recht op pensioenverevening en dat de man dit ook niet zo mocht interpreteren. Gelet op deze omstandigheden oordeelde het hof dat de pensioenrechten van de man verevend dienen te worden conform de WVPS. De bestreden beschikking werd daarom vernietigd en de vrouw kreeg alsnog aanspraak op het ouderdomspensioen van de man.
De overige door partijen aangevoerde punten werden niet nader besproken omdat deze het oordeel niet konden veranderen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw krijgt aanspraak op het door de man opgebouwde ouderdomspensioen conform de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding.