ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3672
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Reinking
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-wijzigingsbeding alimentatie ondanks gewijzigde omstandigheden
De man ging in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg waarin zijn verzoek tot wijziging of beëindiging van de alimentatie aan de vrouw werd afgewezen. Hij beriep zich op artikel 1:159 lid 3 BW Pro en artikel 1:401 lid 5 BW Pro, stellende dat er sprake was van een ingrijpende wijziging van omstandigheden die het niet-wijzigingsbeding buiten werking zou moeten stellen.
Het hof overwoog dat partijen bewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken bij het sluiten van het convenant en dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een volkomen wanverhouding bestond tussen de overeengekomen alimentatie en de feitelijke situatie. De man kon niet overtuigend aantonen dat de vrouw een hoger inkomen had dan hij, noch dat hij onvoldoende draagkracht had.
Daarnaast werd het bewijsaanbod van de man, waaronder getuigenverklaringen, gepasseerd wegens irrelevantie. Het hof stelde vast dat het niet-wijzigingsbeding rechtsgeldig was en dat de man het risico van zijn ondernemerschap en de onzekerheid van zijn inkomen bewust had aanvaard.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de man af, waarmee de alimentatieverplichting ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de man af en bekrachtigt het niet-wijzigingsbeding in het convenant.