ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3843
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Reinking
- Kaminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding kind op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak gaat het om een geschil over de tenuitvoerlegging van een beschikking tot teruggeleiding van een kind naar Spanje op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Geïntimeerden vorderden schorsing van de tenuitvoerlegging, stellende dat terugkeer het kind in een noodsituatie zou brengen en dat het kind inmiddels in Nederland was geworteld.
De voorzieningenrechter had de tenuitvoerlegging geschorst voor de duur van een jaar. Appellante, de Staat der Nederlanden, kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij voldoende maatregelen had genomen om het kind op te sporen en dat er geen sprake was van een noodsituatie die teruggeleiding zou verhinderen.
Het hof overwoog dat het begrip noodsituatie in lijn moet worden geïnterpreteerd met de ondragelijke situatie als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder Pro b van het HKOV. Het hof hechtte geen waarde aan het rapport van de kinderpsycholoog vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor en vond geen aanwijzingen voor een noodsituatie. De worteling van het kind in Nederland werd niet als een weigeringsgrond erkend.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van geïntimeerden af, waarbij het belang van onmiddellijke terugkeer van het kind naar zijn gewone verblijfplaats werd benadrukt. Tevens werden geïntimeerden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot schorsing van de teruggeleiding af.