ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4234
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- T.L. Tan
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurprijsverlaging wegens onderhoudsgebreken en huurachterstand
De huurster had de woning gehuurd van Woonbron en meldde in oktober 2002 wateroverlast en later schimmelvorming. De Huurcommissie stelde in april 2004 een huurprijsverlaging vast wegens schimmel, ingaand 1 september 2003, maar wees stankoverlast af als ernstig gebrek. De uitspraak van de Huurcommissie werd aan partijen verzonden met de waarschuwing dat binnen acht weken een rechterlijke beslissing moest worden gevraagd om de uitspraak te betwisten.
De huurster stelde geen tijdige vordering in tegen de uitspraak, waardoor deze deel uitmaakt van de huurovereenkomst. Woonbron vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van huurachterstand wegens niet-betaling. De rechtbank veroordeelde de huurster tot betaling van de huurachterstand en ontruiming bij gebreke daarvan.
In hoger beroep voerde de huurster aan dat zij eerder over gebreken had geprotesteerd en dat de huurprijsverlaging daarom terugwerkende kracht moest hebben, dat stankoverlast wel degelijk onredelijk was en dat zij geen buitengerechtelijke kosten behoefde te betalen. Het hof oordeelde dat de conclusie van dupliek niet voldeed als tijdige vordering ex artikel 7:262 lid 1 BW Pro en dat de uitspraak van de Huurcommissie bindend was.
Het hof bevestigde dat de huurachterstand en de omvang daarvan rechtvaardigen dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat ontruiming wordt bevolen. Tevens wees het hof de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten toe. De huurster werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de huurster tot betaling van huurachterstand, ontruiming en kosten.