ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4520
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid ontslag statutair bestuurder na aanwijzing DNB en uitleg bonusafspraak
De zaak betreft het hoger beroep van [A], statutair directeur van [NV], tegen het ontslag op staande voet en de betaling van een pro rata bonus over 2003. [A] werd ontslagen naar aanleiding van een aanwijzing van De Nederlandsche Bank (DNB) die zijn betrouwbaarheid in twijfel trok, wat leidde tot onmiddellijke beëindiging van zijn functie en arbeidsovereenkomst.
Het hof bevestigt dat de aanwijzing van DNB een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, ook in arbeidsrechtelijke zin, en dat het ontslag niet onregelmatig of kennelijk onredelijk was. De schorsing van [A] voorafgaand aan het ontslag wordt niet als beëindiging van zijn functie beschouwd in het kader van de bonusregeling.
Verder oordeelt het hof dat [A] recht heeft op een pro rata bonus over de periode van 1 januari tot 17 april 2003, ondanks de aanwijzing die later werd herroepen. De bonus over het project [XYZ] wordt niet toegekend vanwege onvoldoende bewijs van een afwijkende afspraak. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof veroordeelt [NV] tot betaling van de bonus, wettelijke verhoging en rente.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet was rechtsgeldig en [NV] moet een pro rata bonus betalen over 1 januari tot 17 april 2003 met wettelijke verhoging en rente.