ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4542
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Van Leuven
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep broer in bewindvoering ondanks levenspartner betrokkene
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de broer tegen de benoeming van een bewindvoerder over de goederen van betrokkene centraal. De kantonrechter had de levenspartner van betrokkene benoemd tot bewindvoerder. De broer betoogde dat hij als belanghebbende moest worden aangemerkt omdat de levenspartner niet meer als zodanig kon worden beschouwd.
Het hof oordeelt dat de levenspartner, mede gelet op het samenlevingscontract, gezamenlijke woning en benoeming tot erfgenaam, als belanghebbende moet worden gezien. De broer heeft onvoldoende feiten aangevoerd die het tegendeel bewijzen. Daarnaast volgt uit de wetsgeschiedenis dat broers en zussen alleen als belanghebbende optreden indien geen echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel aanwezig is.
Daarom is het hoger beroep van de broer niet-ontvankelijk. Verweerders werden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek om de broer te veroordelen tot onthouding van beledigende uitlatingen. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de broer is niet-ontvankelijk verklaard omdat de levenspartner als belanghebbende wordt beschouwd.