ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ4644
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Reinking
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Geen wijziging hoofdverblijf minderjarige, wel ruime omgangsregeling en afwijzing verdeling gemeenschap
De man en vrouw zijn in 1998 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben een minderjarige geboren in 1999. Na hun scheiding bepaalde de rechtbank dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vrouw zou zijn, met een omgangsregeling voor de man. De man ging in hoger beroep en verzocht primair het hoofdverblijf bij hem te plaatsen en subsidiair een ruimere omgangsregeling.
Het hof oordeelde dat de duurzame ontwrichting van het huwelijk niet betwist werd en bevestigde de echtscheiding. Ten aanzien van het hoofdverblijf vond het hof onvoldoende aanleiding om dit te wijzigen, gelet op de zorg die de vrouw biedt en het belang van het kind. Wel werd de omgangsregeling uitgebreid conform het verzoek van de man, passend bij de rol die beide ouders tijdens het huwelijk vervulden.
De man voerde ook bezwaar tegen de kinderalimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap aan. Het hof kon het inkomen van de man niet verifiëren, maar ging uit van voldoende draagkracht voor alimentatie van € 250 per maand. Het verzoek tot herverdeling van de gemeenschap werd afgewezen vanwege het ontbreken van een goede boedelbeschrijving en financiële gegevens. De kostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het hoofdverblijf bij de moeder, wijzigt de omgangsregeling ten gunste van de vader en wijst het verzoek tot verdeling van de gemeenschap af.