ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5097
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.C.H. Koning
- H.W.J. de Groot
- G.J.W. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs medeplegen moord
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van moord. De rechtbank had hem veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, maar het hof heeft dit vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken. Het hof vond geen bewijs dat verdachte het slachtoffer bewust naar de plaats van het delict had gelokt of dat hij de schutter had geïnformeerd over de komst van het slachtoffer.
Het bewijs, waaronder DNA-sporen op materiaal dat door de schutter werd gebruikt, kon niet overtuigend aan verdachte worden toegerekend omdat deze sporen ook van oudere datum konden zijn. Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende om verdachte te verbinden aan het delict. Het motief van de schutter en de relatie tussen de betrokken bendeleden bleven onduidelijk.
Daarom oordeelde het hof dat de kern van de lezing van verdachte niet werd uitgesloten en sprak hem vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak. Er werden geen proceskosten opgelegd omdat niet was gebleken dat verdachte extra kosten had gemaakt door het verweer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.