ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5228
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- I. Ritter
- J. Kramer
- S. van Dissel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en verkrachting partner, veroordeling voor subsidiere mishandeling
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het doden van zijn partner, vrijheidsberoving, verkrachting en poging tot doodslag of zware mishandeling op een ex-partner. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van moord, doodslag, verkrachting en vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs en medische omstandigheden die het overlijden verklaarden.
De medische rapporten toonden aan dat het overlijden van het slachtoffer het gevolg was van een darmperforatie en buikvliesontsteking, waarbij pijnstillers het ziektebeeld maskeerden. Het hof oordeelde dat verdachte niet kon worden verweten dat hij geen medische hulp inschakelde, omdat het levensbedreigende karakter van de situatie voor een leek niet herkenbaar was.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zijn partner in het verleden mishandeld had, wat hij ook erkende. Voor dit subsidiaire feit werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens de vrijspraak van de ernstiger feiten.
Het hof wees ook een niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging af en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk voor de vervolging van de niet-verjaarde feiten. De strafoplegging hield rekening met de eerdere geweldsveroordelingen van verdachte en zijn lange geschiedenis van gewelddadigheden in relaties.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord, doodslag, verkrachting en vrijheidsberoving, maar veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor subsidiaire mishandeling.