ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5792
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Wateroverlast door hevige regenval en zorgplicht hoogheemraadschap Delfland
Appellanten exploiteren glastuinbouwbedrijven in de Nieuwlandse polder binnen het beheersgebied van Delfland. Na hevige regenval op 19 september 2001 trad wateroverlast op waardoor kassen onder water kwamen te staan. Appellanten vorderden schadevergoeding en maatregelen van Delfland wegens vermeende nalatigheid in waterbeheer.
De rechtbank wees de vorderingen af. In hoger beroep betoogden appellanten dat Delfland onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende preventieve maatregelen te treffen, onvoldoende onderhoud van sloten te verrichten en te laat te reageren op calamiteiten. Delfland voerde aan dat het waterbeheer binnen beleidsvrijheid valt en dat de regenval uitzonderlijk was.
Het hof oordeelde dat Delfland na eerdere calamiteiten in 1998 voortvarend beleid had aangepast en maatregelen had ingezet, waarbij prioritering en financiële middelen een rol speelden. Delfland had niet onrechtmatig gehandeld door het niet voltooien van alle maatregelen per 19 september 2001. Appellanten mochten bewijs leveren dat een specifieke sloot onvoldoende was onderhouden, maar konden niet slagen in algemene stellingen over nalatig onderhoud. De vordering tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen was niet ontvankelijk bij de burgerlijke rechter.
Het hof hield de beslissing aan en bepaalde dat getuigen gehoord kunnen worden over het onderhoud van de sloot die het water moest afvoeren. De zaak benadrukt de beleidsvrijheid van waterschappen en de noodzaak van concrete onderbouwing bij aansprakelijkheidsvorderingen tegen overheidsorganisaties.
Uitkomst: Hof oordeelt dat Delfland niet onrechtmatig heeft gehandeld en staat appellanten toe bewijs te leveren over gebrekkig onderhoud van een specifieke sloot.