ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6463
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Sanders
- Tromp
- W. Otto
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1996 en 1997. De Inspecteur stelde de aanslag vast op 22 december 2001 en legde tevens een boete op. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank verklaarde belanghebbende ontvankelijk en vernietigde de uitspraak op bezwaar, waarna de Inspecteur hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de aanslag tijdig was vastgesteld en bekendgemaakt, en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de aanslag niet had ontvangen. De ontvangst van een verrekeningsbericht in januari 2002 maakte de bezwaartermijn van start, maar belanghebbende diende pas na bijna vijf maanden bezwaar in.
Het hof verwierp het incidenteel beroep van belanghebbende dat de aanslag niet was vastgesteld en concludeerde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Ook werd een door belanghebbende genoemd dwangbevel niet aannemelijk gemaakt. Daarom verklaarde het hof belanghebbende niet ontvankelijk in het bezwaar en vernietigde de uitspraak van de rechtbank behoudens de veroordeling in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Belanghebbende is niet ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen de naheffingsaanslag wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.