ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6527
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Husson
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging erkenning kind wegens overschrijding wettelijke termijn
De man heeft bij de rechtbank te Rotterdam verzocht om de erkenning van zijn minderjarige kind te vernietigen, stellende dat hij bij de erkenning gedwaald had. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep betoogde de man dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en dat de belangen van het kind te zwaar waren meegewogen.
Het hof stelde vast dat de man niet de biologische vader is en dat het verzoek tot vernietiging van de erkenning binnen een jaar na ontdekking van de dwaling moet worden ingediend. De man had zelf erkend dat hij ruim na deze termijn het verzoek had ingediend. Het openbaar ministerie en de bijzondere curator ondersteunden de niet-ontvankelijkheid.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de wettelijke termijn en ging niet over tot een belangenafweging. Het hoger beroep werd afgewezen en de bestreden beschikking vernietigd voor zover het verzoek was afgewezen, met de verklaring van niet-ontvankelijkheid van de man.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning wegens overschrijding van de wettelijke termijn.