ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6536
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Gerretsen-Visser
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Weigering wijziging geslachtsnaam minderjarige wegens ontbreken discriminatie
De ouders van een minderjarige, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, verzochten om wijziging van de achternaam van hun kind van de achternaam van de moeder naar die van de vader. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de ouders niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep stelden de ouders dat zij niet konden profiteren van de regeling in artikel 1:253t BW omdat de vader de biologische en juridische vader is en dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat zij bij erkenning een bewuste naamskeuze hadden gemaakt.
De ouders voerden aan dat de huidige wetgeving discriminerend is omdat kinderen van ouders die niet beiden juridisch ouder zijn wel de mogelijkheid hebben tot naamswijziging, terwijl zij die mogelijkheid niet hebben. Het hof oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de ouders ontvankelijk waren verklaard en dat er geen sprake was van discriminatie. De ouders hadden immers de mogelijkheid gehad om bij erkenning de naam te wijzigen en kunnen ook een verzoek tot naamswijziging richten aan de Koningin.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af. Het bewijsaanbod van de ouders werd gepasseerd omdat het hof geen aanleiding zag tot inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot wijziging van de geslachtsnaam en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van discriminatie en niet-benutting van wettelijke mogelijkheden.