ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6571
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Werkgever weigert werknemer na herstel arbeidsgeschikt toe te laten tot werk
De werknemer was sinds 1985 in dienst bij Hyva en werkte vanaf 2000 bij een zustervennootschap. Na terugkeer in 2002 naar Hyva meldde hij zich in 2003 ziek. In januari 2004 verzocht hij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar trok dit verzoek in toen hij stelde weer arbeidsgeschikt te zijn en vroeg om werkhervatting, welke door Hyva werd geweigerd.
Hyva vroeg vervolgens zelf ontbinding aan. Bedrijfsartsen adviseerden dat de werknemer geen medische beperkingen had, maar dat werkhervatting in de eigen functie psychisch belastend zou zijn. De werknemer overlegde verklaringen van zijn psycholoog en psychiater waaruit bleek dat hij weer arbeidsgeschikt was.
De rechtbank kende de werknemer achterstallig loon toe, maar matigde de wettelijke verhoging. Hyva ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van het vonnis en terugbetaling van het betaalde loon. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat de werknemer nog arbeidsongeschikt was en dat de persoonlijke wil van de werknemer om te werken zwaar weegt. Het hof bekrachtigde het vonnis en wees de vorderingen van Hyva af.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Hyva af en bekrachtigt het vonnis dat de werknemer terecht als arbeidsgeschikt wordt beschouwd.