ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ7349
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Labohm
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring dwangsommen bij omgangsregeling
In deze zaak staat de uitvoerbaarheid bij voorraad van dwangsommen die verbonden zijn aan een omgangsregeling centraal. De moeder, verzoekster in hoger beroep, verzoekt schorsing van deze uitvoerbaarheid omdat zij niet over de financiële middelen beschikt om de dwangsommen te voldoen. Zij heeft reeds een bedrag betaald, inclusief deurwaarderskosten, maar de vader stelt dat hij een lager bedrag heeft ontvangen.
Het hof overweegt dat het verbeuren van dwangsommen gedurende het lopende onderzoek niet bevorderlijk is voor een positief verloop van dat onderzoek. De vader stemt in met de schorsing van de uitvoerbaarverklaring. Beide ouders hebben afgesproken wekelijks telefonisch contact te onderhouden zonder druk of bestraffing, met als doel het gezamenlijk ouderschap te verbeteren.
De moeder zal de vader wekelijks bellen, aangezien de vader niet over haar telefoonnummer beschikt. De schorsing geldt vanaf de datum van de zitting en de huidige stand van zaken omtrent de inning van dwangsommen wordt bevroren. Het hof besluit daarom de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de dwangsommen wordt geschorst met ingang van 7 december 2006.