ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7987
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.C. Gerretsen-Visser
- J. van Leuven
- H. Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar woonplaats vader na internationale kinderontvoering
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige centraal die door de moeder zonder voldoende grond aan de vader is onttrokken en naar Nederland is gebracht. De moeder betoogt dat terugkeer naar de woonplaats van de vader niet in het belang van het kind is vanwege de gewijzigde persoonlijke en financiële omstandigheden en het risico van vervolging in het buitenland.
De centrale autoriteit en de vader stellen dat de vader sinds november 2005 in Nederland verblijft om de procedure af te wachten en dat het oude leven van vader en kind in het buitenland intact is gebleven. De moeder kan reizen op basis van een Significant Public Benefit Parole (SPBP) en er is geen aannemelijk bewijs dat zij financieel niet in staat is tijdelijk in de woonplaats van de vader te verblijven.
Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een ernstig risico op lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind bij terugkeer rechtvaardigen. Ook acht het hof aannemelijk dat de vader goed voor het kind kan zorgen en dat het contact tussen vader en kind goed is verlopen. De eerdere uitspraak van de Hoge Raad vernietigt het hof en gelast de teruggeleiding binnen twee weken, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De minderjarige wordt teruggeleid naar de woonplaats van de vader binnen twee weken.