ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8368
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- van Nievelt
- Stille
- Rechtspraak.nl
Geen partneralimentatie wegens ontbreken behoefte en onvoldoende benutting verdiencapaciteit vrouw
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrouw recht had op partneralimentatie vanaf 1 oktober 2005. De man was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de alimentatie had vastgesteld op €468 per maand. De vrouw had geen verweerschrift ingediend, maar haar advocaat overhandigde tijdens de zitting een behoefteberekening van €492 per maand.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar gezondheid haar verhinderde haar werkzame uren uit te breiden. De enkele medische verklaringen en bijsluiter waren onvoldoende bewijs. Ook bleek dat zij in de jaren voorafgaand aan haar inschrijving bij het CWI niet had gesolliciteerd, wat haar verdiencapaciteit ondermijnt.
Verder werd rekening gehouden met een fictieve bijdrage van haar thuiswonende zoon van €500 per maand, omdat hij naar omstandigheden redelijkerwijs in eigen levensonderhoud kan voorzien. Dit leidde tot het oordeel dat de vrouw geen behoefte had aan aanvullende alimentatie.
De grief van de man dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met zijn draagkracht werd verworpen, omdat het verzoek zich richtte op de periode vanaf 1 oktober 2005. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de alimentatie per die datum op nihil. Tevens werd bepaald dat de vrouw eventuele teveel betaalde alimentatie niet hoeft terug te betalen.
Uitkomst: De partneralimentatie voor de vrouw wordt per 1 oktober 2005 op nihil gesteld wegens ontbreken van behoefte en onvoldoende benutting van haar verdiencapaciteit.