ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8422
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Gerretsen-Visser
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake wijziging ouderlijk gezag minderjarige kinderen
In deze zaak staat het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen centraal. De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen diverse beschikkingen van de rechtbank Rotterdam, waaronder de beschikking van 12 april 2005 waarin het gezag werd geregeld. Zij verzocht primair het gezag over het jongste kind aan haar toe te wijzen en subsidiair om het gezag gezamenlijk te regelen.
Het hof stelde vast dat de rechtbank met haar beschikking van 12 april 2005 een eindbeslissing had genomen over het gezag, en dat de moeder haar beroepschrift gericht op deze gezagsvoorziening pas op 28 juni 2006 had ingediend, ruim na de wettelijke termijn van drie maanden. De moeder stelde dat de beroepstermijn pas op 29 maart 2006, de datum van de eindbeschikking, was gaan lopen, maar het hof verwierp dit standpunt.
Het hof oordeelde dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep omdat het te laat is ingediend. De vader had een incidenteel appel ingesteld, maar trok dit tijdens de zitting in, waardoor hij ook niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof wees het hoger beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart moeder en vader niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en wijst het beroep af wegens overschrijding van de beroepstermijn.