ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8757
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Pannekoek-Dubois
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks erkenning in Duitsland
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over haar kind heeft afgewezen. Het kind is in Duitsland geboren en erkend door de man in Keulen, maar de erkenning heeft niet geleid tot het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit door het kind.
De moeder en de bijzondere curator stelden dat het kind belang heeft bij gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, onder meer vanwege het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit en de daarmee samenhangende rechten, zoals vestiging in Nederland en erfrechtelijke aanspraken. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro en het IVRK, stellende dat het gezinsleven wordt belemmerd door het ontbreken van de Nederlandse nationaliteit.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht het verzoek heeft afgewezen. Het hof overwoog dat de erkenning in Duitsland en het ontbreken van de Nederlandse nationaliteit geen inbreuk maken op het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De betrekkingen tussen het kind en de ouders wijzigen niet door het al dan niet vaststellen van het vaderschap. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en wijst het hoger beroep af.