ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8853
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid directeur voor borgstelling bij faillissement Doemij Horeca B.V.
Grolsch Bierbrouwerij Nederland B.V. had een onderhuurovereenkomst met de vennootschap onder firma Doemij Horeca B.V. i.o., welke overeenkomst door Doemij is bekrachtigd. De directeur van Doemij had zich hoofdelijk verbonden naast Doemij tot nakoming van alle verplichtingen uit deze onderhuurovereenkomst. Grolsch had zich borg gesteld voor een kredietfaciliteit van de ING-bank aan Doemij tot een bedrag van maximaal f 100.000, dat per kwartaal werd verlaagd.
Na het faillissement van Doemij werd Grolsch aangesproken door de bank en betaalde zij uit hoofde van haar borgstelling een bedrag aan de bank. Grolsch vorderde van de directeur betaling van dit bedrag plus achterstallige huur en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank had de vorderingen toegewezen, behalve de buitengerechtelijke kosten.
In hoger beroep stelde de directeur dat Grolsch met de curator een overeenkomst had gesloten waarbij Grolsch geen vorderingen meer zou indienen, ook niet jegens hem. Het hof verwierp dit verweer omdat geen duidelijke aanwijzingen daarvoor bestonden. Ook het beroep op verrekening wegens onrechtmatig handelen en misbruik van recht werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de huurvordering betrof, omdat deze inmiddels door een derde was voldaan. De vordering tot betaling van het borgstellingsbedrag werd beperkt tot het maximale bedrag dat op het moment van aanspraak gold, namelijk € 19.285,66, en verder toegewezen. De directeur werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De directeur is hoofdelijk aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van € 19.285,66 met rente en proceskosten, huurvordering afgewezen.