ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8857
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Huur van bedrijfsruimte en eigendomsoverdracht met gevolgen voor huurovereenkomst
De huurder had sinds 1980 een huurovereenkomst voor een winkelpand en opslagruimte, waarbij de opslagruimte in 1996 werd verkocht aan verhuurder. De huurder stelde dat er een mondelinge afspraak was dat hij de opslagruimte om niet van verhuurder zou huren en dat de huurprijs gelijk zou blijven.
De rechtbank had geoordeeld dat de huurder dit niet had bewezen en verklaarde dat de huurovereenkomst door eigendomsoverdracht op verhuurder was overgegaan. Het hof bevestigt dat op grond van artikel 7A:1612 (oud) BW en 7:226 BW de huurovereenkomst overgaat op de nieuwe eigenaar bij overdracht.
Het hof oordeelt dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de mondelinge afspraak en dat de omstandigheden, waaronder de koopprijs en het karakter van verhuurder als zuinig man, het onwaarschijnlijk maken dat huur om niet is afgesproken. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen. Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en veroordeelt de huurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en wijst de grieven van de huurder af.