ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ8893
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontslag op staande voet wegens arbeidsconflict en onwettig verzuim
De werknemer was sinds april 2002 in dienst als glazenwasser tegen een bruto maandsalaris van €2.200. Begin januari 2004 meldde hij zich ziek, waarna de arboarts adviseerde een korte time-out vanwege een arbeidsconflict. De werkgever meldde de werknemer per 12 januari 2004 hersteld en sommeerde hem tot werkhervatting. Toen de werknemer niet verscheen, sprak de werkgever op 14 januari 2004 ontslag op staande voet uit wegens onterecht ziekmelden en diverse gedragingen die de arbeidsrelatie verstoorden.
De werknemer betwistte de verwijten en het ontslag. Het UWV oordeelde dat de werknemer per 6 en 12 januari 2004 geschikt was voor werk, maar erkende een conflictsituatie door intimidatie door de werkgever. De rechtbank verklaarde het ontslag nietig en kende loon toe. De werkgever ging in hoger beroep en voerde aan dat het ontslag terecht was vanwege voortdurende onwettige afwezigheid en gedragingen die het ontslag rechtvaardigden.
Het hof stelt dat één dag onwettig verzuim onvoldoende is voor ontslag op staande voet, maar dat drie dagen afwezigheid wel een dringende reden kan vormen. Het hof laat de werkgever toe bewijs te leveren van de gedragingen en het advies van de arboarts. Indien de werkgever slaagt, acht het hof het ontslag onverwijld gegeven. Tevens wordt een getuigenverhoor gepland en partijen wordt geadviseerd tot minnelijke oplossing over te gaan.
Uitkomst: Het hof laat de werkgever toe bewijs te leveren voor het ontslag en acht het ontslag onverwijld gegeven indien bewijs slaagt.