ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1712
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.P.Ch. van Dijk
- M. Hooykaas
- J.C. van Apeldoorn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis faillietverklaring wegens onjuiste toepassing schorsende werking schuldsaneringsverzoek
In deze zaak heeft de rechtbank 's-Gravenhage appellant in staat van faillissement verklaard nadat hij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te laat had ingediend, namelijk één dag na de gestelde termijn van veertien dagen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek daardoor geen schorsende werking had en wees het verzoek af.
Appellant stelde in hoger beroep dat het verzoek weliswaar formeel te laat was, maar ruim voor de zitting was ingediend en dat de rechtbank doorgaans faillissementsaanvragen aanhoudt om schuldsaneringsverzoeken alsnog te kunnen behandelen. Tevens voerde appellant aan dat het arrest van de Hoge Raad over omzettingsverzoeken niet van toepassing was op deze situatie.
Het hof overwoog dat artikel 3a lid 2 van de Faillissementswet bepaalt dat bij gelijktijdige verzoeken tot faillietverklaring en schuldsanering eerst het schuldsaneringsverzoek wordt behandeld en dat de behandeling van het faillissementsverzoek wordt geschorst totdat daarop is beslist. Het hof stelde vast dat de rechtbank ten onrechte aan het verzoek van appellant geen schorsende werking toekende en daardoor voorbijging aan het schuldsaneringsverzoek.
Het hof vernietigde het vonnis van faillietverklaring en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor behandeling van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Hiermee werd het belang van het voorrangbeginsel van schuldsanering boven faillietverklaring in gelijktijdige procedures benadrukt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van faillietverklaring en verwijst de zaak terug voor behandeling van het schuldsaneringsverzoek.