ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1962
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst veiligheidsfunctionaris
De werknemer had een arbeidsovereenkomst met Integra Spoorwegveiligheid B.V. met een concurrentiebeding dat hem verbood binnen 12 maanden na beëindiging van de dienstbetrekking soortgelijke werkzaamheden te verrichten bij concurrenten. Na afloop van zijn contract trad de werknemer in dienst bij een concurrent, JMV Uitzend- en Detacheringsbureau B.V., waar hij soortgelijke werkzaamheden verrichtte.
Integra vorderde in kort geding staking van deze werkzaamheden en een verbod tot overtreding van het concurrentiebeding, maar de kantonrechter wees deze vorderingen af. Integra ging in hoger beroep en voerde aan dat het concurrentiebeding noodzakelijk was ter bescherming van haar investeringen in opleiding en haar marktaandeel.
Het hof oordeelde dat Integra door het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en het niet verlengen daarvan, niet meer kon profiteren van haar investeringen en dat dit zwaar moest meewegen in de belangenafweging. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer met bedrijfsgeheimen had gewerkt of dat Integra schade zou lijden door het overtreden van het beding.
Het hof stelde dat het belang van Integra bij handhaving van het concurrentiebeding beperkt was, terwijl het belang van de werknemer bij verval van het beding groot was vanwege een aanzienlijke salarisverbetering, het risico op verlies van diploma’s en certificaten en beperkte alternatieven buiten de branche. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat het concurrentiebeding in de bodemprocedure wordt vernietigd en bekrachtigde het hof het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot handhaving van het concurrentiebeding af.