ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3004
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Leuven
- Reinking
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige omgangsregeling en afwijzing verzoek tot wijziging verblijfplaats kinderen
In deze zaak staat de voorlopige omgangsregeling tussen de vader en vier minderjarige kinderen centraal, die bij de moeder verblijven. De moeder verzoekt de omgangsregeling te beëindigen vanwege de psychische gesteldheid van de kinderen na contact met de vader en een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt tevens om wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen bij hem, met sancties bij niet-nakoming.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd dat hulpverlening noodzakelijk is en dat een gezinsvoogd moet worden benoemd vanwege destructieve communicatie tussen ouders. Tevens is extern diagnostisch onderzoek ingesteld. Het hof constateert dat de situatie sinds de beschikking van de rechtbank niet is veranderd en dat er geen nieuwe feiten zijn die aanleiding geven tot wijziging.
Gezien de complexiteit, het omvangrijke dossier en het onduidelijke effect van de omgangsregeling op de kinderen, acht het hof het verzoek tot wijziging van de verblijfplaats te ingrijpend. Het hof bevestigt daarom de voorlopige omgangsregeling en wijst de verzoeken van beide ouders af, met het oog op voortzetting van de procedure bij de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt de voorlopige omgangsregeling en wijst verzoeken tot wijziging of beëindiging af.