ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3502
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- van Leuven
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks eerdere erkenning door dezelfde vader
In deze zaak stond centraal of een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap mogelijk is wanneer het kind reeds door dezelfde vader is erkend. De rechtbank had dit verzoek afgewezen op grond van artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro, omdat het kind al twee ouders heeft. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
De moeder stelde dat het belang van het kind onvoldoende was meegewogen, vooral omdat het kind niet automatisch de Nederlandse nationaliteit had verkregen en onder het vreemdelingenbeleid viel. Ook speelde de ernstige ziekte van de vader een rol in het verzoek.
Het hof oordeelde dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro niet in de weg staat aan de vaststelling van het vaderschap in deze bijzondere situatie. Er is geen risico dat het kind meer dan twee ouders krijgt en er is geen reden om aan het vaderschap te twijfelen. Het hof wees het verzoek toe zonder DNA-onderzoek, gelijk aan de eerdere vaststelling van het vaderschap van de oudere zus.
De beslissing bevestigt het belang van het kind en voorkomt onaanvaardbare verschillen tussen de kinderen van partijen.
Uitkomst: Het hof stelde het vaderschap van de man over het kind vast ondanks eerdere erkenning.