ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4203
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over landbouwvrijstelling bij verkoop grond in verband met HSL-aanleg
Een tuinbouwer verkocht in verband met de aanleg van de Hogesnelheidslijn (HSL) een deel van zijn tuinbouwgrond aan de Staat en ontving tevens een vergoeding voor een ander perceel dat door de HSL niet meer als glastuinbouwgrond kon worden gebruikt. De tuinbouwer paste de landbouwvrijstelling toe op de gehele vergoeding, maar de Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat een deel van de grond gedurende meerdere perioden was verhuurd, wat een nieuw feit vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond, maar het gerechtshof vernietigde dit oordeel deels. Het hof stelde vast dat de Inspecteur niet verplicht was de aangifte vooraf nader te onderzoeken en dat het feit dat de grond was verhuurd het nieuwe feit vormde dat navordering rechtvaardigde. De landbouwvrijstelling kon niet op het gehele bedrag worden toegepast, omdat de waardestijging ook tijdens de verpachte perioden had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de berekening van de belastbare vervreemdingswinst en vergoeding op basis van de historische kostprijs correct was en dat de belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat een lager gedeelte van de waardestijging op de verpachte periode betrekking had. Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd belanghebbende een vergoeding van griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens de navorderingsaanslag, met een gedeeltelijke toepassing van de landbouwvrijstelling.